Wat is dat nu eigenlijk? Hoogbegaafdheid.
Hoogbegaafdheid wordt voornamelijk a.d.h.v. de IQ-score bepaald. Vroeger gaf dit cijfer de doorslag, maar nu wordt ook gekeken naar het zijnsluik (de zijnskenmerken van hoogbegaafdheid: rechtvaardigheid, hooggevoeligheid, kritische instelling en perfectionisme. Eigenlijk kan het omschreven worden als hoe een HB persoon zich voelt en gedraagt).
Een score tussen 85 en 115 wordt als gemiddeld begaafd aanschouwd en de meerderheid van de bevolking valt onder deze groep. Een score onder 85 wordt als zwak begaafd bevonden, onder de 70 wordt gesproken over zeer zwak begaafd en kan men zelfs spreken over een mentale beperking. Anderzijds staat een score tussen 115 en 130 als meerbegaafd beschreven, vanaf 130 word je als hoogbegaafd gezien en uitzonderlijk hoogbegaafd ben je met een score vanaf 145. Genieën als Einstein en Tesla kregen deze bijnaam niet voor niks met hun IQ-score van 160 en meer. In principe is een score boven de 145 zelfs niet meer meetbaar in onze contreien en wordt er eerder gesproken over een IQ-score van 145+.
Een IQ-test is ook geen vaststaand feit aangezien deze kan beïnvloed worden op elk moment en op elk vlak: er is sprake van miscommunicatie, de testafnemer leest of interpreteert de test fout, de geteste persoon kan een slechte dag hebben, moe of ziek zijn, geen zin hebben, faalangst vertonen, een addertje onder het gras zoeken, te ver nadenken, onderduikend zijn,... Wat de uitslag vandaag is, kan er morgen weer helemaal anders uitzien. Een IQ-test kan in principe ook geen foutief hogere score geven, tenzij deze verkeerd gelezen wordt, maar de uitslag kan dus wel lager uitvallen dan hoe ze in werkelijkheid is. Hier komt ook bij dat de intelligentie van kinderen kan blijven toenemen en er pas vanaf een leeftijd van 18 jaar kan gesproken worden over een stabiele IQ-score.